|
Strategisch BeleidsplanNa het aantrekken van de bestuurlijk manager in augustus 2006, is de vereniging aan een nieuwe periode begonnen. Vanuit de situatie die in december 1998 ontstond toen de vijf éénpitters gefuseerd waren tot de VPCOL heeft de vereniging een logische ontwikkeling doorgemaakt. Eerst werd gekeken naar “wat hebben we nu eigenlijk in huis?”; vervolgens werd een bestuursmodel neergezet waarbij de betrokkenheid van de lokale schoolcommissies een grote rol bleef spelen. Ook werd erveel werk verzet op het gebied van huisvesting maar op onderwijskundig gebied bleven de scholen in belangrijke mate nog “kleine zelfstandigen”.
|
||||
|
De ambitie van het bestuur om meer vanuit gezamenlijkheid tot kwaliteitsontwikkeling te komen, leidde tot de komst van een professioneel bestuurder.Het bestuur zal de komende tijd langzaam aan steeds verder op afstand gaan en meer en meer op hoofdlijnen gaan besturen. In een schuivend proces zal er op de diverse bestuursportefeuilles op een gegeven moment een omslagpunt komen van primair verantwoordelijke, portefeuillehoudende, bestuursleden naar toezichthoudende en adviserende bestuursleden die de beleidskundige zaken aan de bestuurlijk manager hebben gemandateerd. Er is inmiddels al veel gediscussieerd over die veranderende rolverdeling en dit heeft ertoe geleid dat het reglement voor de schoolcommissies is herzien en dat de statuten der vereniging op een aantal punten gewijzigd zullen gaan worden. Langzaamaan worden de kaders, waarbinnen de vereniging zich de komende jaren zal blijven ontwikkelen, steeds duidelijker neergezet. Onderwijskundig gezien zijn er een aantal speerpunten neergezet die de koers voor de komende jaren in belangrijke mate bepalen. De keuze voor handelingsgericht werken binnen de 1-zorgroute is de kapstok voor onze kwaliteitsontwikkeling. Aan die kapstok worden ontwikkelpunten voor de kortere en langere termijn gehangen; voorbeelden daarvan zijn het SOVA traject en het ICT beleid. Door gezamenlijke keuzes te maken, worden de mogelijkheden vergroot om van en met elkaar te leren: VPCOL wordt meer en meer een lerende organisatie. |
|
Op gebied van huisvesting is de grootste slag gemaakt. In de zomer van 2008 zijn de puien van de Open Poort in Asperen vervangen en heeft dezelfde school een restyling ondergaan waardoor een betere uitstraling wordt bewerkstelligd. In Herwijnen zijn de vloeren van de oude lokalen vernieuwd en daarmee zijn al onze gebouwen dan feitelijk op orde en beschikt de vereniging over vijf moderne en goed geoutilleerde scholen waar we met gepaste trots naar kunnen kijken! Op het gebied van personeelsbeleid gaan we uit van formaties die passend bij de schoolgrootte zo optimaal mogelijk worden neergezet. Dit betekent dat we op de twee grootste scholen (Asperen en Herwijnen) in principe met acht enkelvoudige groepen werken terwijl we op de drie kleinere scholen uitgaan van vier combinatiegroepen. De komende jaren zal aandacht worden besteed aan het doorontwikkelen van een sterke interne begeleiding en zal gekeken worden naar mogelijkheden voor (centraal georganiseerde) administratieve ondersteuning. Het toenemende tekort aan bevoegde leerkrachten voor bewegingsonderwijs is een punt van zorg en aandacht. Overall gezien zal het personeelsbestand naar verwachting redelijk stabiel blijven (zo rond de 60 à 65 personeelsleden). De commissie IPB is momenteel bezig het complete integrale personeelsbeleidsplan voor de vereniging op te zetten. |
Op het gebied van de financiën gaan we er in eerste instantie van uit dat de scholen zich zouden moeten kunnen bedruipen vanuit de aan de school beschikbare gestelde lumpsum. Binnen de lumpsum maken we nog wel een scheiding tussen de personele en de materiele begroting. De directeuren zijn budgetverantwoordelijk op de budgetposten binnen de materiele begroting. De personele begroting wordt opgesteld en bewaakt door de bestuurlijk manager waarbij het door de directeuren ingevulde sjabloon voor de huidige formatie en de verwachte volgende formatie, het uitgangspunt is. De bestuurlijk manager en de penningmeester bepalen in gezamenlijk overleg op welke wijze de bovenschoolse begroting wordt ingericht en waar en hoe eventuele knelpunten op schoolniveau kunnen worden opgelost.
|
|
